Vervolg woordenlijst

Moratorium: afkomstig van het Latijnse morari, wat uitstellen betekent. Uitstel van betaling, bevriezen van de huidige situatie.  

Minnelijk traject: Schuldhulpverleningstraject zonder tussenkomst van de rechter.

NVVK: Nederlandse Vereniging voor Volkskrediet.

Opeisbaar: inbaar of incasseerbaar.

Rappel: herinnering.

Recofa: Rechters – commissarissen inzake faillissementen.

Rekenhuur: kale huur plus servicekosten (maximaal € 48,-) Van toepassing bij calculatie vrij te laten bedrag (VTLB)

Schone lei: Geen opeisbare schulden meer hebben.

Schuldbemiddeling: Het bemiddelen tussen schuldeisers en schuldenaar over het oplossen van het totale schuldenpakket op basis van de beschikbare aflossingsruimte, over drie jaar.

Schuldenaar: Iemand die iets (meestal geld) aan iemand anders (de schuldeiser) verschuldigd is.

Schuldregeling: Schuldregeling is het geheel van activiteiten bij het regelen van (problematische) schulden binnen het minnelijk traject. Schuldregeling is een verzamelnaam en omvat schuldbemiddeling en schuldsanering. Bij een schuldregeling kan een combinatie van schuldbemiddeling en schuldsanering voorkomen. Schuldbemiddeling vindt plaats op basis van de beschikbare aflossingsruimte.

Schuldsanering: Een schuldsanering is het volledig oplossen van een schulden-pakket door het verstrekken van een saneringskrediet. De schuldenaar krijgt nu èèn nieuw krediet dat gedurende de looptijd van de schuldhulpregeling moet worden afgelost. De schuldeisers worden direct met dat krediet betaald.

Stabilisatietraject: het in evenwicht brengen en houden van inkomsten en uitgaven van de klant. Dit wordt bereikt door het inzetten van een of meerdere van de volgende instrumenten; budgetbeheer – budget coaching – betalingsregeling – beschermingsbewind – flankerende hulp.

Stabilisatieovereenkomst: Overeenkomst tussen schuldhulpverlener en schuldenaar, waarin overeen is gekomen dat de schuldenaar voor een aantal maanden (tussen de maximaal 4 en 8 maanden) zijn geld laat beheren door de schuldhulp verlenende instantie. Hierdoor is geregeld dat de schuldhulp verlenende instantie de vaste lasten betaalt en de schuldeiser kan aantonen dat hij het traject van de schuldsanering aankan.

Toetsingsinkomen: inkomen dat meetelt voor het berekenen van een toeslag.

Problematische schuld: Er is sprake van een problematische schuldsituatie als van een natuurlijk persoon redelijkerwijs is te voorzien dat hij niet meer aan zijn betaalverplichtingen kan blijven voldoen of als hij al is opgehouden te betalen

Verhaalsbeslag: heeft als doel om bepaalde goederen van de schuldenaar uiteindelijk te (laten) verkopen om daarmee de vordering van de schuldeiser te voldoen.

Verzamelinkomen: alle belastbare inkomens bij elkaar opgeteld.

Vordering: aanspraak maken op iets wat een schuldeiser van een schuldenaar te goed heeft.

VTLB: Vrij te laten bedrag, het maandbedrag waaruit de client al zijn uitgaven dient te voldoen. Het VTLB bestaat uit twee onderdelen, de beslagvrije voet en de nominale correcties.

Wsnp:  Wet schuldsanering natuurlijke personen, wettelijke schuldsaneringsregeling.