Woordenlijst

Afkoelingsperiode: de periode waarin schuldeisers tijdelijk hun invorderingsmaatregelen stopzetten. De afkoelingsperiode biedt schuldhulpverlening de mogelijkheid het inkomen van de schuldenaar te stabiliseren en maximeren, teneinde een goed betalingsvoorstel aan schuldeisers te kunnen voldoen.

Ambtshalve aanslag: aanslag gebaseerd op een schatting van de inkomsten.

Aflossingscapaciteit: dat deel dat van de inkomsten overblijft voor aflossing van de schulden na aftrek van alle uitgaven.

Afwijzingsbrief: bericht aan de schuldenaar (debiteur) dat op het verzoek om schuldhulpverlening niet ingegaan wordt.

Bankbeslag: Een beslag onder derden op een bankrekening, waarbij de bank en niet de deurwaarder, de rekening van de schuldenaar blokkeert.

Basisnorm: 90% van de voor de betreffende huishouding geldende bijstandsnorm (WWB Wet Werk en Bijstand)

 

Beslag: Een juridische maatregel waardoor iemand niet meer vrij over zijn bezittingen kan beschikken. Door een beslag kan deze persoon zijn vrije eigendomsrechten niet meer uitoefenen.

Beslagvrije voet: basisnorm + wettelijke correctie ziektekosten + wettelijke correctie woonkosten.

Boedel: het gehele vermogen van iemand die failliet gegaan is, dat wil zeggen al zijn activa (bezittingen) en passiva (schulden)

Boedelrekening: de rekening met het gespaarde vermogen in de boedel.

Convenant: een convenant is een afspraak tussen partijen om zich in te zetten voor een bepaald doel.

Convenantrekening: bankrekening zonder mogelijkheid van roodstand, voor schuldenaren die geen bankrekening meer kunnen openen vanwege te hoge schulden.

Crisesprotocol: beschrijving hoe te handelen in geval van een crises binnen, in dit geval, de schuldhulpverlening. Bijvoorbeeld huisuitzetting, afsluiting gas – elektra – water.

Dagvaarden: het officieel oproepen van een verdachte om op een bepaalde dag voor de rechter te verschijnen. In de dagvaarding staat ook waar de verdachte van wordt beschuldigd.

Dagvaarding: De officiële oproep (het stuk) waarin de verdachte leest dat hij voor de rechter moet verschijnen.

Dwangakkoord: een verzoek aan de rechtbank om de schuldregeling op te leggen aan onwillige schuldeisers. Formeel is de klant diegene die het verzoek richt aan de rechtbank, echter wordt word dit bepaald door de schuldhulpverlenende instantie.

Exploot of exploit: De verzamelnaam voor officiële stukken die uitsluitend door een gerechtsdeurwaarder kunnen worden uitgebracht, bijvoorbeeld een dagvaarding.

Finale kwijting: De schuldenaar verklaart niets meer van de schuldenaar te vorderen te hebben.

Fiscaal loon: het inkomen (bruto ontvangen bedrag, betreffende loon, loonbelasting, premies volksverzekeringen) dat meetelt voor de belastingaangifte.

Herfinanciering: 100% betaling van alle schulden, betaling ineens aan de schuldeisers.

Inkomensverruimende maatregel: alle maatregelen die de draagkracht van een schuldenaar vergroten. Hieronder vallen onder andere heffingskortingen, of toeslagen.

 

Inspanningsverplichting: de verplichting om bij het aangaan van een schuldhulpregeling beschikbaar te zijn voor werk.

Invorderingsbeschikking: bericht van de Belastingdienst over terug te betalen toeslag.

Loonbeslag: Een beslag onder derden op het loon of inkomen van een schuldenaar.

Loonheffing: de belasting en premies volksverzekeringen.